Van Lindehout tot Bladgoud: Het Maken van een Ikoon
Ik sta stil in een hoek van het atelier en kijk naar de oude Russische monnik die zwijgend aan zijn werktafel zit. Het ochtendlicht valt door het raam op zijn handen in zijn ikonenatelier. Hij beweegt langzaam, bedachtzaam, alsof iedere handeling deel uitmaakt van een eeuwenoud ritueel. Voor hem ligt geen schilderij in wording, maar een ikoon. Of misschien moet ik zeggen: een toekomstige ikoon, want wat ik zie lijkt nog nauwelijks op het heilige beeld dat het ooit zal worden.
Wie zoekt naar een ikoon laten maken, een handgeschilderde ikoon, een orthodoxe ikoon, een Byzantijnse ikoon of een religieuze ikoon op maat besteld, ziet meestal alleen het eindresultaat. Een stralend gelaat, een gouden achtergrond, een werk dat rust en tijdloosheid uitstraalt. Maar terwijl ik naar de monnik kijk, zie ik hoeveel arbeid verborgen blijft achter die schoonheid.
Zijn werk begint niet met verf, maar met luisteren. Er ligt een schrift open op tafel. Daarin staan aantekeningen van gesprekken met opdrachtgevers. Soms is het een kerk, soms een klooster, soms een familie die een bijzondere heilige wil laten afbeelden. Lang wordt gesproken over betekenis, traditie, afmetingen en bestemming. De monnik zegt weinig, maar ik zie hoe zorgvuldig hij iedere wens overweegt. Een ikoon in opdracht laten maken begint met begrip voordat er ook maar één lijn wordt getekend.
Dagen later zie ik hem opnieuw. Nu bestudeert hij oude voorbeelden. Boeken liggen open. Vellen papier zijn bedekt met schetsen. Hij zoekt naar de juiste compositie. De plaats van een hand, de richting van een blik, de verhouding tussen figuren; alles wordt overwogen. Wat voor een buitenstaander een eenvoudige tekening lijkt, blijkt een wereld van keuzes te bevatten. Een enkele verkeerde lijn kan de harmonie verstoren die eeuwenlang is doorgegeven binnen de traditie van de Russische ikoon en de Byzantijnse ikoonkunst.
Daarna komt het hout.
De geur van vers bewerkt hout vult het atelier. De monnik onderzoekt iedere plank alsof hij een kostbare schat beoordeelt. Niet ieder stuk hout is geschikt voor een authentieke handgeschilderde ikoon. Het moet droog zijn, stabiel en vrij van verborgen spanningen. Ik zie hoe hij zaagt, meet en controleert. Soms verdiept hij het midden van het paneel tot een traditionele kovtsjeg. Het lijkt alsof hij een venster opent dat later uitzicht zal geven op iets wat groter is dan de zichtbare wereld.
Dan volgt het aanbrengen van doek. Een eenvoudige handeling, zou je denken. Maar ik zie hoe nauwkeurig hij werkt. Geen plooi mag achterblijven. Geen luchtbel mag verborgen blijven. Hij weet dat een kleine fout maanden later zichtbaar kan worden.
Op een dag staat er een rij kommen op zijn werkbank. Krijt, lijm en water worden zorgvuldig gemengd. De gesso wordt bereid volgens oude recepten. Vervolgens begint een proces dat eindeloos lijkt. Laag na laag wordt de grond aangebracht. Twaalf lagen. Soms meer. Iedere laag moet tot een volgende dag drogen voordat de volgende volgt.
Daarna begint het schuren.
lang.
Een wolk van wit stof zweeft door het atelier. Wanneer ik het paneel uiteindelijk mag aanraken, voelt het gladder dan steen en zachter dan porselein. Het oppervlak lijkt licht te geven nog voordat er één druppel verf op is aangebracht.
Dan verschijnt de tekening.
Met vaste hand brengt de monnik de contouren over. Langzaam worden gezichten zichtbaar. Handen. Gewaden. Ik krijg het gevoel dat de figuren niet worden getekend, maar worden bevrijd uit het witte vlak.
En dan komt het goud.
Een klein doosje wordt geopend. Binnenin liggen blaadjes bladgoud die zo dun zijn dat ze bewegen wanneer iemand langsloopt. Ik zie de concentratie op het gezicht van de monnik toenemen. Hier is geen ruimte voor haast. Het goud behoort tot de kostbaarste materialen van de ikoonschilder. Samen met zeldzame pigmenten vormt het een belangrijk onderdeel van iedere hoogwaardige vergulde ikoon of icoon met bladgoud.
Toch gaat er soms iets mis.
Een blad scheurt.
Een stukje hecht niet goed.
Een oppervlak blijkt minder perfect dan gedacht.
De monnik zucht niet. Hij vloekt niet. Hij begint opnieuw.
Dat is misschien wat het meest raakt. Zijn vaardigheid, maar ook zijn geduld.
Wanneer het schilderen eindelijk begint, begrijp ik waarom men zegt dat een ikoon van donker naar licht wordt geschilderd. Eerst verschijnen diepe schaduwen. Daarna volgen lichtere tonen. Vervolgens nog lichtere. Het lijkt alsof het licht langzaam uit het hout zelf naar voren komt.
Week na week zie ik nieuwe lagen ontstaan. Pigmenten worden gemengd. Transparante verfsluiers worden aangebracht. Gezichten krijgen uitdrukking. Ogen beginnen te kijken. Handen lijken te leven.
Soms denk ik dat de ikoon voltooid is. Maar dan begint een nieuwe laag.
En nog een.
En nog een.
Daarna volgen de fijnste details. Inscripties. Hooglichten. Het delicate goud-assist dat als hemels licht over gewaden en achtergronden wordt gelegd. Zelfs dan is het werk nog niet voorbij.
Olifa wordt aangebracht. De kleuren verdiepen zich. Het goud gaat stralen. Opnieuw moet worden gewacht. Opnieuw kan er iets misgaan. Stof, vochtigheid, temperatuur; alles speelt een rol.
Pas een lange periode nadat ik de monnik voor het eerst zag werken, zie ik de voltooide ikoon voor mij staan. Kort daarna zal zij worden gewijd.
Terwijl ik naar het gouden oppervlak kijk, besef ik dat ik niet alleen een ikoon op maat, een orthodoxe ikoon, een Byzantijnse ikoon, een handgeschilderde religieuze icoon zie. Ik zie nu ook alle verborgen stappen die eraan voorafgingen: het overleg, de schetsen, het hout, het doek, de twaalf lagen gesso, het schuren, het bladgoud, de pigmenten, de mislukkingen, het herstel en het eindeloze geduld.
En de oude monnik?
Die ruimt zijn gereedschap op alsof er niets bijzonders is gebeurd.
Alleen het zachte licht dat over de nieuwe icoon glijdt, verraadt hoeveel maanden van toewijding hier zijn samengekomen, ook in de stilte van het iconenatelier van Atelier Hüsstege.
Reactie plaatsen
Reacties